Haptonomie: de leer van de tast en het gevoel

W. Pollmann-Wardenier, uit "Verkenningen in de haptonomie" -1998

Als er dagen zijn waarop we ons drie keer stoten aan een tafel die al jaren op die plaats staat, als we tijdens de afwas glazen breken dan zijn dit signalen dat we ons gevoel voor ruimte en voorwerpen kwijt zijn. Er bestaat grote kans dat we op zo’n dag ruzie krijgen met iemand, want ook voor de anderen is er dan weinig ruimte en gevoel.
Omdat tast en gevoel zo nauw verbonden zijn, geeft elke verfijning van de tastkwaliteiten een beter zicht op ons eigen bestaan, op onze ontmoetende kwaliteiten, en op onze relatiebekwaamheid

Haptonomie als leer van de tastzin en het gevoel richt zich in haar visie en onderzoek specifiek op de menselijke tastzin en de ontwikkeling ervan. Omdat tasten altijd gevoel en gevoelens teweegbrengt, beweegt de haptonomie zich met name op het gebied van het menselijk gevoelsleven in al haar veelzijdigheid. Haptonomie kun je ook een ontmoetingswijze noemen die geënt is op menselijk leven. Deze ontmoetingswijze openbaart zich altijd in het tastend en voelend omgaan van mensen met zichzelf en anderen. Haptonomie is dus ook een wijze van leven, denken en handelen, die de mogelijkheden van dit tastend en voelend omgaan in mensen onderzoekt en tegelijkertijd activeert; mogelijkheden die in de westerse samenleving en beschavingsvormen niet meer zo vanzelfsprekend worden ontwikkeld en beoefend.
In termen van mensbenadering is de haptonomie een nieuwe visie, die een bijdrage levert aan welzijn en gezondheidszorg, door een herinterpretatie van menselijk leven en door de nadruk te leggen op de affectieve kwaliteit van omgang en zorg, waardoor menselijk leven pas werkelijk tot zijn recht komt.
De wegen die vanuit de haptonomie zijn ontwikkeld hebben ten doel de tastkwaliteiten te verfijnen, uit te bouwen en te bekrachtigen.
‘Een van de belangrijkste eigenschappen van de tast is het vermogen het tastgevoel te verleggen, je in je gevoel tegemoet te strekken, je te richten op iets of iemand, of je gevoel weer terug te nemen. Met dit vermogen doen we niet zo veel. We zijn ons er niet zo van bewust. Toch is het vermogen ons in aanleg bekend. We gebruiken het zonder nadenken, maar het doortrekt niet ons hele ‘doen en laten’. Haptonomie is in staat, maar dat is niet alleen voorbehouden aan de haptonomie, mensen impulsen te geven om op een andere manier met anderen en zichzelf om te gaan. Deze impulsen richten zich ook op het gebied van spanning, verdriet of pijn. Daardoor kan het leven intenser en stabieler worden en kunnen mensen een grotere belasting aan.
Het tastgevoel geeft ook inzicht in hoe mensen zich gedragen, hoe ze zich kenbaar maken, hoe ze zich verhouden tot zichzelf en anderen, en hoe ze relaties aangaan en onderhouden. Dit gedrag baseert zich lang niet altijd op de impulsen vanuit de gevoelservaring. Het is ook onderhevig aan de normen die in de structurele leef- en werkverhoudingen gelden.
Tast als kenzintuig is verbonden met beweging. Menselijke tast als voelzintuig is verbonden met stemming en emoties. Hoezeer stemming en gestemdheid het tastend waarnemen kunnen beïnvloeden kan op de volgende manier aangegeven worden. ‘Als ik op mijn vrije dag door de lente loop, dan stel ik vast dat er in het klimaat en in de natuur veranderingen beginnen die de winter verdrijven. Ik voel de zachtere lucht, ik ruik de bloesem, ik zie dat het licht anders is en ik ben blij dat de winter voorbij is. Ik voel ook een nieuwe energie ontwaken in mijn lijf. Het lijkt of het leven minder zwaar wordt. Ik voel me goed. ‘Als ik op een drukke werkdag haastig door de lente loop, dan zijn dezelfde impressies aanwezig, maar ik vang ze niet op, ik "doe er niets mee" en "ze doen me niets". Het lijkt of ik ze weg laat zakken in een laatje van een klein kastje. Ze verhuizen naar de kantlijn en ik word er niet door geraakt, of verblijd. Als ik van de ene op de andere dag de lente zo verschillend ervaar, dan moeten er ook vele verschillen zijn in waarneming en ervaringsbeelden van mensen.’
Het delen en meedelen van deze verschillende ervaringen doet een sterk appèl op ons invoelend vermogen om anderen te verstaan. Hier komen we aan de ontmoetende kwaliteit van de tastzin, die zich baseert op de affectiviteit en het gevoel voor anderen. Een beleefd en vriendelijk of zakelijk contact hoeft nog geen affectief contact te zijn. Deze visie is ontwikkeld door Frans Veldman op grond van zijn jarenlange observaties in zijn therapeutische praktijk en getoetst op vele gebieden van menselijke omgang en uitdrukkingsmogelijkheden. Om deze visie te onderscheiden van andere en om haar specificatie aan te duiden werd het woord haptonomie geboren, hetgeen een samenstelling is uit de Griekse woorden hapsis (tastzin) en nomos (regels). Het ‘tastend en voelend omgaan met’ dient zowel letterlijk als figuurlijk begrepen te worden. Haptonomie beweegt zich op het terrein van de natuurlijke wetmatigheden van de zintuigen en met name de tastzin van de mens. Van daaruit geeft deze wetenschap zicht op de emotionele ontwikkeling die uiteindelijk het menselijk gevoelsleven bepaalt en vorm geeft.

Wanneer de tastzin zich onvoldoende ontwikkelt, zal dit op alle gebieden van menselijk leven en gedrag een stempel drukken.

De tast vaak ondergewaardeerd

Het is een merkwaardig feit dat van alle zintuigen waarover de mens beschikt de tastzin zo’n geringe plaats krijgt toegewezen. In de fysiologie worden wel beschouwingen gewijd aan drukzin, huidzin, temperatuurzin, enzovoort.
Er is ook aandacht voor de vingertoppen als specifieke tasters, maar aan de tastzin in het algemeen wordt minder aandacht besteed dan we zouden wensen. Zintuigen als het oog en het oor, die we de vertezintuigen noemen, staan veel meer in het middelpunt van de belangstelling. En als ons gezichts- of gehoorvermogen afneemt, of niet goed functioneert, staan ons zeer goede hulpmiddelen ten dienste. De nabijheidszintuigen - reuk en smaak - lijken bijna vanzelf tot ontwikkeling te komen. Als we niet goed kunnen proeven of ruiken, dan hebben we daar geen technische hulpmiddelen voor. Dat lijkt ook niet zo nodig.
Met de tastzin is het anders gesteld. Wanneer de tastzin zich onvoldoende ontwikkelt, zal dit op alle gebieden van menselijk leven en gedrag een stempel drukken. Tastzin heeft immers ook te maken met de emotionele ontwikkeling. Het specifieke tastzintuig is de huid. Door middel van tastend aanraken en aangeraakt worden, wordt informatie verzameld en doorgegeven. Huid is daardoor de toegangspoort tot het voelende en gevoelde lichaam. Als zodanig fungeert de huid als nabijheidszintuig dat in de aanraking tot ontwikkeling wordt gebracht.
De tast als eerste zintuig van waaruit de andere zintuigen zijn ontstaan, heeft zowel de nabijheidsfunctie als de vertefunctie in zich. Je voelt in jezelf en om je heen, maar je kunt ook ruimtelijk voelen. Autorijden is niets anders dan ruimtelijk aftasten, waarin ook ogen en oren een rol spelen, maar zeker ook het gevoel voor afstand, snelheid èn het gevoel voor de gedragingen van de andere weggebruikers.
Het is goed erbij stil te staan, hoezeer de tastzin de mens in staat stelt steeds opnieuw te keuren, te selecteren en te kiezen. In de functionele kwaliteit van de tast kies je bijvoorbeeld al proevend en tastend en ruikend je voedsel. In de emotionele kwaliteit van de tast voel je aan hoe de ander en het andere voor je is en wat dat voor je betekent. In de existentiële kwaliteit van de tast gedraag je je, geef je uiting aan je wijze van zijn en treed je in contact met anderen. Dit alles activeert de intelligente vermogens van de mens. Zinnelijke en zintuiglijke kennis, ervaren, gevoeld en opgeslagen in het lichaam, zijn een belangrijk deel van kennisverwerving.
De kracht van het voelen en zien wordt uiteindelijk door de intelligente vermogens in het denken versterkt. Kenkracht wordt doorstraald door denkkracht. De ontwikkeling van de verstandelijke vermogens zouden de tastgevoeligheid moeten verdiepen en omgekeerd. In aanleg is dit ook het geval, maar onder druk van omstandigheden - zoals bijvoorbeeld milieu en cultuur - komt de grootste waardering en aandacht te liggen bij de rationele intelligentie.

Toch blijkt telkens weer dat een goed ontwikkeld tastvermogen een soepel en creatief gebruik van de verstandelijke vermogens gunstig beïnvloedt. 
Een ‘geleerd verstand’ is dan niet zozeer de maatstaf en het eindresultaat, maar veel meer de menselijke wijsheid, die doortrokken is van oorspronkelijkheid en van goed gevoel voor wat kan en niet kan.

Wat gebeurt er als ik tast? 

Als ik tast, wil ik iets te weten komen en alles wat ik zo te weten kom, heeft voor mij een groot waarheidsgehalte en is voor mij betrouwbaar, want: ‘ik heb het toch gevoeld’? Het gaat tot mijn ervaring behoren en het geeft me zekerheid dat ik op mijn voelen kan vertrouwen.
Een museumdirecteur vertelde van een bezoekster die steeds met haar vingers aan de kunstvoorwerpen zat. Op zijn verzoek dat niet te doen, antwoordde ze: ‘maar ik moet toch voelen of het echt is?’
Vanuit de alledaagse werkelijkheid blijkt dus steeds weer dat de tastzin model staat voor de andere zintuigen die, in de hoedanigheid van voelers en aanvoelers, specialisaties zijn van de tastzin. Tast schakelt tussen de zintuiglijke waarnemingen en beïnvloedt deze ook. Via deze waarnemingen verkrijgt men informatie over datgene wat goed en veilig is voor het lijfs- en levensbehoud en wat niet. Als er bijvoorbeeld geen gevoel is voor koud of warm, dan kan dit bedreigend zijn voor het leven.
Als bij een gebrekkige ontwikkeling van het tastvermogen, een mens niet aanvoelt wat goed voor hem is of slecht, dan staat zijn leven vaak op het spel. Door het benutten en ontwikkelen van deze mogelijkheden wordt ordening in het leven aangebracht, en ontstaat er een trefzeker weten van wat goed is of kwaad.
Genuanceerder gezegd: dat wat persoonlijk leven tot ontwikkeling kan brengen of dat wat het leven beperkt, bedreigt of de eigenheid vernietigt. Het wil nog lang niet zeggen dat er altijd naar gehandeld wordt.
Toch kan ook het kennen van het ‘kwaad’ of datgene wat slecht is voor menselijk leven, levensreddend zijn. Bovendien hoeft men niet al het kwaad bedreven te hebben om er weet van te hebben.

Hoe fijnzinniger de tastvermogens zijn ontwikkeld, hoe genuanceerder er gecommuniceerd kan worden

Tast doet ons dus leven, overleven en het leven zo gaaf mogelijk behouden. Maar tast is meer.
Een van de principes van de tastzin is de dialectische kwaliteit. Tast veronderstelt beweging, naar en van anderen of het andere. Deze interactie heeft altijd een rakende en/of aanrakende kwaliteit. Tast als kenorgaan functioneert dus niet alleen als ontvanger van informatie maar ook als verstrekker van informatie.
Het is te vergelijken met antennes die afgesteld zijn op zenden en ontvangen. Al deze informatie komt samen in het lichamelijkheidsgevoel, waar ze bijdraagt tot een betere (zelf-) beleving van de mens. Hoe fijnzinniger de tastvermogens zijn ontwikkeld, hoe genuanceerder er gecommuniceerd kan worden.
Door middel van de tast wil ik niet alleen mijzelf en anderen leren kennen, maar ik wil ook dat de mensen met wie ik leef en werk mij kennen. Dit kennen en gekend worden brengt ons bij de emotionele kwaliteit van de tastzin.

Tast als ontmoetingszin

Tast is de ontmoetingszin bij uitstek en op haar ontplooiing rust de rijping van het gevoelsleven en het vermogen tot liefhebben. Tast is bewegen, en de beweging van de tast volgt steeds het grondpatroon van openen en sluiten, van actie en rust.
Om te ontmoeten moet een mens bereid zijn dat- of diegene te ervaren waarop of op wie de beweging of het verlangen gericht was. Deze beweging naar buiten toe is een spontaan en natuurlijk gebaar.
De mens is van oorsprong leergierig, ontdekkend, nieuwsgierig, en gericht op ontplooiing. Hij wil ook ontmoetend zijn, en zal niet gauw kiezen voor eenzaamheid. Ieder mens is toegerust om contacten te kunnen leggen. Maar leven in relaties en het onderhouden van relaties moet al levend en voelend geleerd worden.
De tastzin in al haar veelzijdigheid moet geactiveerd worden en blijven. De eerste activering van de tastzin vindt plaats in de stimulering van de huid door aanraking, streling en goede zorg (bij dieren likken of vlooien).
Daarvan uitgaande geeft de haptonomie een vanzelfsprekende opening naar het ongeboren kind. Het kind is niet direct te zien, maar wel te voelen. Het eerste milieu van de (kleine) mens is een voelomgeving bij uitstek. Omhuld door de moeder ontvangt het ongeboren kind de eerste tactiele stimulansen. Het proeft en het hoort, maar belangrijker is het, dat het kind zijn moeder voelt en hoort. Het voelt met name haar warme lijf en haar handen die liefkozend over hem heen gaan. De reacties die een ongeboren kind hierop geeft, zijn telkens bewijzen dat het kind nog voor zijn geboorte contact wenst, en eenmaal daartoe uitgenodigd, er spontaan op reageert.
Vanuit dit ervarende tasten ontwikkelt zich het gevoel. Dit is het allereerste tastbare, tactiele aanbod. Van nature is dit een goed aanbod, waarin meestal ook de vader participeert - moederschoot en ouderzorg scheppen de eerste condities voor de emotionele ontwikkeling van het kind.
Onderzoekingen en observaties hebben aangetoond dat een ongeboren kind op een dwingende en harde aanraking niet ontmoetend reageert. Het duikt weg, of het beweegt met een bruuske beweging als om aan te geven dat het op dit ‘contactzoeken’ niet ingaat.

Gedurende het verdere leven blijft een goede aanraking een bron van vreugde en herkenning

Ook bij volwassenen stuit een dwingende, eisende aanraking meestal op verzet, en terecht! Iemand die zo wordt aangeraakt, krimpt in elkaar, of wordt star, wringt zich los en wil weg. Zijn ruimte wordt beperkt en via de pijlsnelle tactiele communicatie reageert hij met afweer of verzet. Een goede aanraking daarentegen appelleert aan de natuurlijke beweging van de tastzin: de tegemoetstrekking.
Iemand die wordt aangeraakt krijgt daardoor het gevoel niet alleen in goede en vertrouwde handen te zijn, maar ook een herkend en gewenst mens te zijn. Aan het begin van het leven wortelt deze ervaring zich in de mens. Via de aanraking kan een mens voelen dat hij welkom is.
Maar ook gedurende het verdere leven blijft een goede aanraking een bron van vreugde en herkenning. De tastzin functioneert voornamelijk in de huid, het omhulsel van de mens. De huidstimulering blijft gedurende het hele leven een rol spelen. Daarom gebruikt de haptonomie de aanraking om inzichten voelbaar te maken.
Wat voor de tastzin in het algemeen geldt, geldt ook voor de huid, het orgaan van de tastzin. Door middel van de aanraking, het raken en (emotioneel) geraakt worden, verkrijgt en verstrekt men informatie.
Ook deze informatie is onlosmakelijk verbonden met het gevoel. Daardoor komen mensen die zich in zo’n rakende situatie bevinden, iets te weten over zichzelf en anderen. Wat een mens via de aanraking en het voelen te weten komt is heel direct en persoonlijk. Het wordt via de huid in de lijfservaring opgeslagen; daar doet het zijn ‘werk’ ten goede of ten kwade. Deze tactiele ervaringen ordenen zich in de mens tot die stille kennis, waardoor hij leert onderscheiden wat echt is en wat niet. 
Zo leert een mens niet alleen zijn omgeving te verstaan, maar ook zichzelf. Het is bekend dat een mens zich spontaan toekeert naar hartelijkheid, warmte en affectie. Doet hij dat niet (meer), dan is zijn vertrouwen in mensen geschaad. Wellicht zo geschaad, dat hij ‘nee’ moet kiezen, terwijl hij diep in zich alleen maar hunkert om bij iemand veilig ‘ja’ te kunnen zeggen. Wie geraakt wordt, wordt bewogen. Dit kan het risico meebrengen van afwijzing en kwetsing. Maar wie zich laat raken om in beweging te komen en te blijven, geeft blijk van ruimte voor iets of iemand anders, geeft er blijk van open te staan voor andere dingen en mensen en geeft bovenal blijk van vitaliteit en moed.